Vraag en antwoord
Veur Elkaar stelde op 25 augustus 2025 raadsvragen over de beweging van 0 in relatie tot huiselijk geweld en femicide. In de bijlage de raadsvragen en de voorgestelde beantwoording hiervan.
1. De Beweging van Nul richt zich sterk op ouders en jeugdhulp. Hoe borgt de gemeente dat ook partnergeweld en femicide, waar we de afgelopen weken bijna dagelijks dodelijke voorbeelden van zien, integraal onderdeel worden van beleid en aanpak?
De Beweging van Nul staat voor kinderen die niet gewoon prettig thuis opgroeien en we af willen van de angst van ouders om hulp te vragen als ze hun kind mishandelen. Ouders zijn bang om hulp te zoeken, bang zijn om hun kinderen kwijt te raken. Dat betekent dat vaak dat er pas hulp komt als anderen geweld waarnemen, of het al uit de hand loopt en vaak al langere tijd speelt. De Beweging van Nul richt zich preventief op ouders en professionals: ouders die om hulp durven te vragen wanneer het thuis niet goed gaat, er spanningen zijn of al daadwerkelijk geweld in hun gezin voorkomt. En professionals die zich richten op preventie en werken vanuit een netwerksamenwerking.
Femicide is haatmisdrijf tegen vrouwen wat zich uit in doden van een vrouw of meisje omdat ze een vrouw of meisje is. Voorkomen van partnergeweld en femicide zijn onderdeel in ons beleid waarin veiligheidsprotocollen zijn opgenomen.
Het Team Uitvoering Sociaal Domein werkt samen met partners zoals politie, Veilig Thuis, Jeugdbescherming en Kadera. Deze samenwerking helpt om signalen van geweld snel te zien en slachtoffers te beschermen. Binnen de gemeente zijn speciaal opgeleide aandachtsfunctionarissen beschikbaar om collega’s te ondersteunen bij het herkennen en melden van geweld.
Daarnaast zetten we in op preventie en bespreekbaarheid. Initiatieven zoals De Beweging van Nul, scholen, GGD en Sociaal Werk creëren een omgeving waarin betrokkenen zich veilig voelen om hulp te vragen. Er zijn duidelijke afspraken over hoe organisaties handelen bij (vermoedens van) geweld.
Zo zorgen we dat partnergeweld en femicide integraal en blijvend onderdeel zijn van ons beleid, naast de aandacht voor kinderen en ouders.
2. In de informatienota staat dat geweld vaak voortkomt uit “onmacht” en dat “niemand dat wil”. Hoe verhoudt dit uitgangspunt zich tot situaties van intiem terreur, structurele controle en machtsmisbruik,die in de praktijk vaak voorafgaan aan vrouwenmoord?
In de nota staat dat geweld soms voortkomt uit onmacht, en dat niemand dat wil. Met netwerkpartners werken we aan preventie en bespreekbaarheid. Mensen worden aangemoedigd om hulp te vragen, en professionals gebruiken de Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling om signalen te herkennen en op te volgen.
Maar sommige vormen van partnergeweld zijn bewust en structureel, zoals intimideren, controleren en machtsmisbruik. Met netwerkpartners hebben afspraken gemaakt hoe we letten op patronen van controle en machtsmisbruik, zodat we zo vroeg mogelijk kunnen ingrijpen en slachtoffers beschermd worden.
Bij acute situaties spelen burgemeester en officier van justitie een rol: de burgemeester kan tijdelijk iemand uit huis zetten of extra toezicht laten houden, en de officier van justitie kan juridische maatregelen nemen zoals contact- of huisverboden.
Door deze aanpak zorgen we dat alle vormen van geweld serieus worden opgepakt.
3. De communicatie binnen de Beweging van Nul richt zich nu vooral op professionals. Hoe gaat de gemeente ervoor zorgen dat ook inwoners en met name vrouwen die gevaar lopen, duidelijke entoegankelijke informatie krijgen over waar zij terechtkunnen voor hulp en bescherming?
De gemeente vindt het belangrijk dat iedereen weet waar zij hulp kunnen krijgen bij huiselijk geweld of partnergeweld, vooral vrouwen die risico lopen. Daarom werken we samen met partners zoals Veilig Thuis, Kadera, politie, sociaal werk, scholen en GGD. Deze partners zorgen ervoor dat inwoners duidelijke en toegankelijke informatie krijgen over hulp en bescherming, bijvoorbeeld via spreekuren, voorlichting, bijeenkomsten en persoonlijke gesprekken.
Ook campagnes en initiatieven zoals De Beweging van Nul helpen om het gesprek over geweld op gang te brengen en de drempel te verlagen om hulp te vragen. Daarnaast neemt onze gemeente actief deel aan Orange the World, een internationale campagne die gericht is op bewustwording en zichtbaarheid rond geweld tegen vrouwen. Hiermee vergroten we de maatschappelijke aandacht voor dit thema en stimuleren we dat inwoners eerder hulp zoeken. Zo zorgen we dat de informatie niet alleen bij professionals blijft, maar zoveel mogelijk ook bij inwoners en de samenleving terechtkomt die het nodig hebben.
4. Femicidecijfers laten zien dat vooral ex-partners een groot risico vormen. Hoe zorgt de gemeente ervoor dat dit specifieke patroon (ex-partner, scheiding, escalatie) herkend en aangepakt wordt binnen de Beweging van Nul?
Uit onderzoek blijkt dat geweld vooral kan voorkomen tijdens of na een scheiding, wanneer de kans op escalatie groter is. Binnen De Beweging van Nul letten professionals daarom extra op signalen van dreiging door ex-partners. Binnen de gemeente ondersteunen speciaal opgeleide aandachtsfunctionarissen hun collega’s bij het herkennen van deze risicopatronen. Bij vermoedens van huiselijk geweld, kindermishandeling of zorgen over acute of structurele onveiligheid kunnenmedewerkers altijd overleggen met Veilig Thuis, dat 24/7 bereikbaar is voor advies en het doen vaneen melding.
Voor de algemene aanpak van partnergeweld en huiselijk geweld, zoals het werken met de Meldcode, samenwerking met partners, preventie en maatregelen bij acute situaties, verwijzen we naar het antwoord op vraag 2.
5. Steenwijkerland profileert zich als koploper in deze beweging. Hoe voorkomt de gemeente dat dit een papieren koploperschap wordt terwijl de daadwerkelijke impact op het terugdringen van levensgevaarlijke situaties onvoldoende zichtbaar of meetbaar is?
Steenwijkerland wil geen koploper op papier zijn, maar echt verschil maken. Daarom koppelen we plannen aan duidelijke acties. In de Beweging van Nul staat leren en verbeteren centraal. We volgen niet alleen cijfers, maar kijken ook samen met partners wat goed gaat en wat beter kan.
Bij iedere bijeenkomst bespreken we hoe we de beweging kunnen verdiepen en verbreden. Dat doen we door nieuwe partners aan te haken, samen te werken met bestaande activiteiten zoals de Week tegen Kindermishandeling en steeds bewust stil te staan bij wat we al bereikt hebben.
6. Welke afspraken zijn er gemaakt over het monitoren en evalueren van de beweging, en hoe wordt daarbij specifiek gekeken naar het aantal ernstige incidenten van huiselijk geweld en (potentiële) vrouwenmoorden in onze regio?
Voor afspraken over het monitoren en evalueren van de Beweging van Nul verwijzen we naar het antwoord op de vorige vraag. Daarin staat hoe we voortgang bespreken, leren van ervaringen en de beweging verdiepen en verbreden.
Specifiek voor ernstige incidenten van huiselijk geweld en (pogingen tot) vrouwenmoorden volgen we de cijfers van politie, Veilig Thuis en landelijke instanties zoals het CBS en het ministerie van Justitie en Veiligheid. Omdat het aantal beperkt is, gebruiken we deze cijfers vooral om risico’s tijdig te herkennen en onze aanpak verder te verbeteren. Daarnaast stemt de burgemeester in het reguliere politieoverleg af over ernstige casuïstiek. Daarmee zorgen we dat signalen snel gedeeld worden en partners gezamenlijk kunnen besluiten welke maatregelen nodig zijn.
7. In de informatienota staat dat de aanpak “niet gericht moet zijn op ingrijpen, maar op praten en helpen zonder oordeel”. Hoe verhoudt deze visie zich tot situaties waarin direct ingrijpen onvermijdelijk is om levens te beschermen zoals bij dreigend partnergeweld of femicide? Kan het college toelichten hoe in de praktijk wordt voorkomen dat dit uitgangspunt leidt tot te laat ingrijpen en daarmee verhoogde veiligheidsrisico’s?
Het uitgangspunt van de Beweging van Nul is dat professionals eerst proberen te praten en te helpen zonder oordeel. Dat betekent niet dat er nooit wordt ingegrepen. Bij direct gevaar, zoals dreigend geweld of andere vormen van acute onveiligheid, wordt altijd direct ingegrepen om mensen te beschermen.
In de praktijk volgen medewerkers duidelijke protocollen, zoals de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling, en kunnen zij altijd overleggen met Veilig Thuis, politie of andere partners. Zo combineren we een luisterende en ondersteunende aanpak met directe maatregelen wanneer de veiligheid ernstig bedreigd wordt.