Minima moeten het doen met een slechte verordening
Het stond op de politieke agenda als hamerstuk maar na een paar alinea’s was mijn fractie er al achter dat dit een slecht afgeleverd stuk was.
De minimaverordening: een stuk waarin wordt beschreven welke voorzieningen er zijn voor mensen die amper iets te besteden hebben. Geen geld voor de zwemles van de kinderen, geen geld voor school of vrije tijd. In het verleden werd dat geregeld op een andere manier maar vanaf januari 2024 gaat onze gemeente deze voorzieningen zelf regelen. En dus moet dat beschreven worden.
Kopieer en plakwerk – college krijgt een onvoldoende
Het was een zooitje. De hele verordening met regelingen voor mensen die in armoede leven, piept en kraakt. Terwijl dit collega al maanden lang wist dat per januari er een nieuwe verordening moest gaan komen, besloot dit college dit pas in december te gaan oppakken. Met als gevolg een knap stuk broddelwerk.
En dat erkende de wethouder ook. Hoe schrijnend is dat? Je bent wethouder voor een groep mensen die amper rond kunnen komen en de voor hun belangrijke bijdragen worden opgeschreven met stoom en kokend water. En dat levert behoorlijk fouten op.
Zwemles, telefoon en een tweedehands fiets
In de verordening staat bijvoorbeeld dat je als minima aanspraak kunt maken op een bijdrage voor de zwemles maar is dat nou alleen voor zwemdiploma A of B? Onduidelijk en daarom stelde mijn fractie vragen. Vragen die schriftelijk werden beantwoord. Deze deelden wij met alle andere fracties. Maar tot onze verbazing heeft het college ook de antwoorden in het centrale systeem gezet maar met aanpassingen! Eén vraag, twee antwoorden.
En dan de fiets: het college wil dat minima, indien nodig, een tweedehands fiets gaan halen bij de Wijkwerkplaats. Maar hoe ga je daar in hemelsnaam heen als je bijvoorbeel din Vollenhove woont en geen geld hebt om naar Steenwijk te reizen voor die fiets? Onberijpelijk.
Prutswerk eerste klas
We kunnen kort zijn: het is prutswerk eerste klas en gelukkig heeft mijn fractie andere partijen kunnen overtuigen dat je zo niet omgaat met mensen die bijna in armoede leven. Als wij niet zo kritisch waren geweest dan hadden wij de rapen gaar gehad.
Wij worden rgelmatig beticht vanhet gebruik van harde woorden. En het kan inderdaad zo zijn dat anderen zich dat aantrekken en zich hierover uiten. Maar als het college het werk goed doet, niet achter de feiten aanloopt en komt met correcte voorstellen, dan zul je ons niet horen.
Conclusie: de raad is overtuigd van het slechte huiswerk en de wethouder gaat komen met een nieuwe verordening die recht doet aan al die mensen die het financieel moeilijk hebben.